Circulair openbaar vervoer
Circulariteit in het openbaar vervoer vraagt om nieuwe keuzes in beleid, concessies, aanbestedingen, assetmanagement en inkoop, waarbij het behoud van materialen, hergebruik van onderdelen en het beperken van grondstoffengebruik centraal staan.
Nederland werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. In een circulaire economie worden grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk gebruikt en behouden zij hun waarde. Wanneer producten het einde van hun levensduur bereiken, worden materialen zoveel mogelijk hergebruikt. Daarmee worden afvalstromen beperkt en blijft de impact op het milieu zo klein mogelijk.
Het programma Nederland Circulair in 2050 schetst deze ambitie. Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) vertaalt deze visie naar concreet beleid en uitvoering. In 2025 is het programma geactualiseerd. Door de groeiende wereldwijde vraag naar grondstoffen en de afhankelijkheid van andere landen voor kritieke materialen wordt de overgang naar een circulaire economie steeds belangrijker.
Wat betekent dit voor het openbaar vervoer?
De doelstellingen uit het NPCE gelden voor alle sectoren van de Nederlandse economie, dus ook voor het openbaar vervoer. Voor de ov-sector staan drie principes centraal:
- Behouden
Binnen het openbaar vervoer wordt de waarde van materialen en onderdelen zoveel mogelijk behouden. Dit gebeurt door slim gebruik, goed onderhoud en levensduurverlenging van voertuigen, infrastructuur en andere assets. Daarnaast wordt gewerkt aan hoogwaardige herbestemming van producten die niet langer nodig zijn binnen het ov-systeem. Zo zet de sector stappen richting een afvalvrij openbaar vervoer. - Vervangen
Waar nieuwe materialen nodig zijn, krijgt hergebruik de voorkeur. Bij aanbestedingen van ov-diensten, voertuigen en infrastructuur wordt steeds vaker gekozen voor hernieuwbare, gerecyclede of eerder gebruikte materialen en grondstoffen. - Besparen
Het gebruik van primaire grondstoffen wordt zoveel mogelijk beperkt door circulair te ontwerpen en in te kopen. Ook wordt gestuurd op producten met een lage milieu-impact, zodat de negatieve gevolgen van grondstoffenwinning voor natuur en leefomgeving afnemen.
Nulmeting
Om inzicht te krijgen in de huidige situatie zijn in 2024 en 2025 twee nulmetingen uitgevoerd, waaronder een ordegrootteberekening voor de subsector spoorvoertuigen.
De eerste resultaten hebben betrekking op 2022. Daaruit blijkt dat het aandeel hergebruik binnen de subsector spoorvoertuigen ongeveer 16 procent bedroeg. Voor bussen lag dit aandeel op circa 17 procent.
Daarnaast is voor de belangrijkste materiaalstromen binnen de ov-sector een zogeheten Fermi-inschatting gemaakt: een verkennende berekening op basis van beschikbare gegevens en aannames. Hieruit blijkt dat het grootste materiaalgebruik zich bevindt in de infrastructuur, zoals railinfrastructuur, busbanen en stallingen.
Convenant Circulair Openbaar Vervoer
Tijdens de Dag van het OV op 16 juni 2025 ondertekenden het Rijk, de decentrale ov-autoriteiten en de concessiehouders het Convenant Circulair Openbaar Vervoer 2025-2035. Met dit convenant spreken partijen af gezamenlijk toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050.
Na de ondertekening heeft de landelijke werkgroep de afspraken uitgewerkt in een activiteitenprogramma rond zes thema’s:
- Kennisagenda
- Monitoring
- Beleidsanalyse
- Concessies
- Materieel
- Infrastructuur
Binnen deze thema’s worden de komende jaren kennisvragen onderzocht en beantwoord.
Routekaart Circulair Openbaar Vervoer
In het Convenant Circulair Openbaar Vervoer (CCOV) wordt verder uitgewerkt hoe circulariteit wordt gemonitord. Daarbij staan twee vragen centraal: wat verstaan we onder circulariteit in de ov-sector en welke ontwikkelingen willen we volgen?
Om hier richting aan te geven hebben de betrokken partijen een Routekaart Circulair Openbaar Vervoer opgesteld, inclusief een Activiteitenplan 2025-2027. Hierin is ruimte voor flexibiliteit, nieuwe inzichten en voortdurende doorontwikkeling.
De routekaart wordt jaarlijks geactualiseerd. Hierdoor blijven ambities, kennisontwikkeling en concrete activiteiten nauw met elkaar verbonden. De komende jaren krijgt monitoring van circulariteit binnen het openbaar vervoer steeds verder vorm. Ook binnen concessies zal circulariteit een steeds belangrijkere rol spelen.
De verduurzaming van het openbaar vervoer vraagt daarmee om een gezamenlijke inspanning van overheden, vervoerders en andere marktpartijen. Samen werken zij aan een toekomstbestendig en circulair ov-systeem.
Publicaties en hulpmiddelen
Delen via